“Poep”, zei de Elf stellig die op de rand van het kribbetje zat en naar het kindje keek. Haar gezicht deed een oude wijze elf vermoeden, maar ze zag er nog jeugdig uit. “Poep”, zei ook een andere elf, duidelijk jonger en deze zweefde iets achter de andere elf en keek ook naar het kindje. Hun neusjes bewogen zenuwachtig op en neer. Alsof de spitse neusjes danig onder de indruk waren van de sterke geur die uit de luier van het kindje kwam. “Mmmmm poep”, gorgelde ook de gnoom die langs de poten van het kribbetje omhoog geklommen was en niet naar het kindje, maar wel naar de luier keek.
Naast het kindje in de kribbe stond een schaap en lag een ezel. De dieren waren gemoedelijk het eten aan het herkauwen en leken zich weinig aan te trekken van de bijzondere gasten naast hen. Dat is ook niet verwonderlijk. In tegenstelling tot mensen zijn dieren het gezelschap van elfen en gnomen gewend. Het waren ook het schaap en de ezel in wiens vacht de vuistgrote elfjes waren meegereisd de kerk in. De gnoom had zich door een kier in de houten vloer van de kerk naar boven gewerkt, zodra hij lucht kreeg van de elfen, om een praatje te maken. Daarna was het kind naar binnen gebracht door zijn moeder die in de kerk aan het werk was voor de kerstviering van die avond. Blijkbaar hadden de moeders het erg druk, want het kind was even in de kribbe gelegd. Het kind was bijna direct in slaap gevallen. Het kind had geen benul van de gasten bij haar kribbe. Ook als hij wakker was geweest had hij de geruisloze elfen misschien wel niet gehoord. En anders hadden ze zich onzichtbaar kunnen houden in een schaduw of een vorm, zoals alleen elfen dat kunnen. De gnoom is even behoedzaam met de omgang met mensen. Hij weet zich goed te verschuilen in kieren, of weet altijd daar te zijn waar geen mensen kijken. Soms lukt het geruisloze lopen niet zo goed bij een gnoom. Dan horen mensen of kinderen het gestommel in hun huis dat ze niet kunnen plaatsen. Deze gnoom was nog een kleintje en was nauwelijks groter dan de volwassen elf.
Nu was er geen gestommel te horen van de gnoom want stilletjes keek hij naar de poepluier. Hij snoof en snoof en keek met een gelukzalige grimas op zijn pukkelige gezicht. Er liep een beetje kwijl langs zijn bek, die hij af en toe in zijn mond terugslurpte.
De oudere elf keek naar de ouders die verderop nog maar net een paar minuten bezig waren. De moeder van het kind wist van de volle luier af en werkte gehaast om haar kind te kunnen helpen. Voorlopig was het kind nog stil, maar als het wakker werd en de onaangename plakkerigheid in haar luier bemerkte… De oudere elf begreep dat en keek weer naar het kind en de luier.
“Vies”, zei ze peinzend terwijl ze naar de luier keek. “Vies”, zij ook de andere elf en knikte heftig. “Mmmmm poep”, zei de gnoom. Toen was het weer stil rond de kribbe. Maar opeens leek de oude elf een besluit genomen te hebben. Met een vluchtige blik keek ze nog naar de vrouwen en toen knikte ze slechts naar de andere elf. Deze vloog direct naar de andere zijde van de kribbe en wachtte op het volgende teken. De gnoom werd met een simpel gebaar op zijn plaats gewezen. Snel en héél voorzichtig liep hij over het kind naar het voeteneind van de kribbe. De oude elf had niet hoeven bewegen want ze zat al naast het kind aan de andere kant. Het volgende teken voor de jonge elf werd in een fractie van een seconde alweer gegeven. In een wip was de luier losgemaakt en het was ongelofelijk om te zien hoe de kleine elfjes de grote luier zo snel openlegden. Het teken daarna was voor de gnoom die ongeduldig gewacht had. Deze stortte zich tussen de benen van het kindje om in een mum van tijd het kind van onder tot boven schoongelikt te hebben. Ook de luier werd schoongemaakt. De kracht van de zachtjes slurpende en smakkende gnoom was zo groot dat zelfs de luier zo goed als schoon uit de wasbeurt te voor schijn kwam. De baby was wakker geworden van het getrek en gekietel aan de onderkant van zijn lichaam en keek zachtjes kirrend naar de elfen.
Ongeduldig wachten de elfen tot hij klaar was. Uiteindelijk was de gnoom voldaan en keek omhoog de oude elf aan. Deze keek keurend naar de blote billen en het piemeltje. Toen ze overtuigd was dat het allemaal blinkend schoon was, knikte ze kort. De gnoom sprong snel opzij, terwijl de elfen de luier probeerden dicht te maken. De baby duwde als vanzelf zijn buik omhoog. Met een zachte streling van de elfen werd de buik ingetrokken en konden de elfen de luier sluiten. Daarna zei de oude elf een spreuk tegen het kind, waar het erg om moest lachen. Het schaterende kind trok meteen de aandacht van de moeder en de andere vrouwen. De elfen vlogen snel de vacht van het schaap in. De gnoom sprong naar beneden. Als je heel goed geluisterd had, kon je het knisperen van het stro horen, waarin hij zich verstopte. Maar toen was ook hij stil.
De vrouwen met de moeder voorop waren aangekomen bij de stal met de kribbe. De moeder pakte het kind eruit en rook als vanzelf aan de luier terwijl ze de baby liefkozend toesprak. Ze rook nog een keer en keek verbaasd naar de andere vrouwen.
“mot ie geen schone luier” vroeg een wat dikke mevrouw achter haar. Ze was erg nieuwsgierig en vond dat de moeder al veel eerder de luier had moeten verschonen. “Ik ruik niets meer”, zei de moeder verbaasd. “zonet nog wel”, zei de dikke vrouw meteen. “Die poep lost niet op hoor”. “Ruik zelf maar”, zei de moeder. Alle vrouwen roken aan het kind. Iedereen had het geroken, voordat het kind in de kribbe was gelegd. Geen van de vrouwen kon nu ook maar een klein luchtje ruiken. Ze roken de stal, de kerk, de baby, maar geen babypoep. Ook toen de moeder de luier losmaakte voor een laatste controle, waren er alleen blote babyledematen te zien. Maar geen poep. Zelfs geen klein plasje. De luier werd weer dicht gedaan en de baby weer teruggelegd, waar de jongen gekieteld door het stro meteen begon te kirren en te lachen. “Een wonder”, zie één van de vrouwen. Ze sloegen allemaal een kruis en keken naar het Mariabeeld dat achter het stalletje stond. En als de vrouwen nu heel goed geluisterd hadden, dan hadden ze uit het stro een langgerekte gorgelend boertje kunnen horen. Dat was de gnoom die voldaan in het stro lag uit te buiken. Maar als mensen een wonder hebben gezien, vergeten ze vaak te blijven luisteren.
