Onderwerpen

De Onzin Van Een Velomobiel Op De Korte Afstand

Inleiding

Een velomobiel is gemaakt om lange afstanden te rijden. Afstanden van een anderhalf uur naar je werk is ideaal voor een VM en kan zelfs die tijd behoorlijk verminderen. Ik rijd voor mijn werk een afstand van 12,5 km. Die afstand is lang genoeg om me te verbazen dat ook anderen zo’n afstand berijden in een VM. Met een paar simpele rekensommen zal ik dat proberen te onderbouwen.

vertragende middelen

Een VM is snel zolang je niet opgehouden wordt. Voorbeelden daarvan zijn bijvoorbeeld:

  • stoplichten

Stoplichten kosten je ongeveer een minuut per stoplicht. Als je natuurlijk netjes stopt. Door het rode licht rijden kan ook, dat doen andere fietsers toch ook? En je mag elke keer het niet onaardige gewicht van een VM op gang brengen.

  • de bebouwing, binnensteden, woonwijken

buiten dat je in dichtbevolkte gebieden je kruissnelheid nooit kan halen (tenzij je een kruissnelheid hebt boven de 50 km/h, waardoor je over de weg kan rijden), wordt je ook afgeremd door andere fietsers die je tegemoet komen, of je de doorgang versperren. Om niet te spreken over auto’s en voetgangers die voor je langs gaan en altijd je snelheid niet goed inschatten. Bochten in de weg, onlogische aangelegde fietspaden, auto’s op het fietspad, rotondes, etc etc. Net zoals bij de stoplichten is het voor een velomobiel extra vertragend omdat het ding nou eenmaal trager optrekt, dan de veel lichtere tweewielers om je heen.

  • in- en uit-stappen.

In mijn ogen de grootste uitdaging dit zo tijd kostenbesparend te maken. Bij Kali duurt het iets minder dan een minuut, bij modernere VM’s zoals mijn huidige Quest iets korter. Wat er dan nog bijkomt is de onhandige bagageplekken (passen en meten, toch anders dan blind in je fietstas gooien) het slot afhalen (of open doen, gestoord idee dat deze nog niet handig geïntegreerd is in het frame, ik wacht op het slot die je met een afstandsbediening kan openmaken). Die paar minuten zijn vaak genoeg om de leerlingen die ik een 500 meter voor ik mijn school nader, ingehaald heb het terrein op te zien rijden af te stappen en weg lopen. Bij hun is afstappen, tas pakken en fiets op slot zetten 1 vloeiende beweging, terwijl dat bij mij toch echt anders is.

Voor een Quest gaat het bij mij zo. Eerst de klep losmaken, naast me neer zetten op de grond, uit de fiets klimmen, slot die naast de stoel ligt pakken en vast maken aan voorste wiel (gelukkig heb ik geen wieldoekjes….), stoel omhoog, spullen uit de fiets wringen (en dan moet de tas niet te vol zijn, anders is het echt wrikken). Klep erop zetten, mangatklepje er op zetten, ja we zijn klaar.

Ook bij deze moderne VM is het uitstappen dan nog steeds langzamer volbracht dan die ouderwetse fietser. Bij die fietser kun je gelukkig binnen redelijke grenzen ook de open ligfietser rekenen.

Vergelijken (appels, peer en een banaan)

De tabel geeft de volgende mogelijke fietsen weer. De appels onder de fietsen zijn de bukfietser en de rechtopfietser. Beiden een eigen type fiets en uitrusting. De snelheden verschillen sterk, de uitrusting ook. De peer is de ligfiets. Ik ga uit van een snelle ligfiets, zeg maar minimaal een hurri t/m een lowracer. De banaan is de VM.

kenmerken van de verschillende fietsen

  1. Rechtopfietser: hieronder vallen meestal schoolgaande kinderen onder daarnaast de mensen die op een kwartiertje fietsen van hun werk wonen, of kinderen wegbrengen, boodschappen halen. Ik ga er van uit dat schoolgaande kinderen of woonwerkers een gangetje van 20 km/u rijden. Tas achterop de fiets op de bagagedrager en een ringslot op het achterwiel. De kleren op de fiets houden ze aan op school of werk. Verdere bijzonderheden zijn niet relevant.
  2. Bukfietser: Meestal mannen in fietsbroek en jasje, rugzak op (waarom in hemelsnaam een gevaarlijke stroomlijnbeperkende rugzak?, waarom geen bagagedrager? Sommigen gelukkig wel). De fiets wordt op slot gezet met een ringslot (soms) of een beugelslot (meestal). De kruissnelheid stel ik op 30 km/h.
  3. Open Ligfietser: Netzoals de bukker reken ik erop dat deze fietsers een fietsbroek en jasje aanhebben, de spullen op een bagagedrager in een toptas, de fiets vastzetten met een beugelslot (wederom onbegrijpelijk dat er zo weinig ligfietsen zijn met een standaard ringslot op het frame). De kruissnelheid stel ik op 30 km/h. Ik zou natuurlijk kunnen stellen dat ze iets sneller zijn de bukfietser, maar ik wil daar wel eens bewijzen van zien.
  4. Velomobiel: net zoals de bukker ga ik er vanuit dat de fietser een fietsbroek en jasje aanheeft. Dezelfde spullen achterin de punt van de VM gepropt heeft (of gelegd, afhankelijk van het type fiets), zijn fiets op slot zet met een beugelslot op het voor of achterwiel. De snelheid stel ik op 40 km/h. Er zijn VMers die sneller gaan, maar ook trager, dus dit is een mooi compromis die toch in het voordeel van de VM is….

Rekenen aan een traject

In een traject zoals ik rijd kun je van de 12 km ongeveer 8 km je kruissnelheid halen. De overige 4 zijn 2 keer 2 km binnen de bebouwde kom, met alle ellende van hobbelpaadjes, stoplichten en meeliggers of tegenliggers. Er vanuit gaand dat alle berijders hele nette rijders zijn zonder een rood verkeerslicht te pakken, kom ik op een snelheidstabelletje die er als volgt uit ziet.

tijd (min) (bij snelheid in km/u) rechtop race/lig VM
bebouwde kom (4 km) 12 (bij 20) 8,5 (bij 28) 8 (bij 30)
doorgaande weg (kruissnelheid, 8 km, geen wind) 24 (bij 20) 16 (bij 30) 12 (bij 40)

Daarbij heb je nog tijd waar de fiets niet in beweging is, de stoptijd dus:

  • aan en uitkleed tijd
  • spullen pakken
  • stoplichten. Bij het laatste ga ik voor het gemak er vanuit dat alle fietsen ongeveer even snel bij hun kruissnelheid komen. Iets wat in het voordeel is van de VM, besef ik.:
tijd (min) rechtop race/lig VM
omkleedtijd (2 keer) 1 10 10
in/uit-paktijd 1 2 4
stoplichten (3 keer) 3 3 3
totaal: 5 15 17

Tel je de rijtijd bij de stoptijd op:

tijd (min) rechtop race/lig VM
rijtijd 36 24,5 20
stoptijd 5 15 17
totaal: 41 39,5 37

Conclusie:

Daarin is toch te zien, met dit weliswaar zeer simpele rekensommetje, dat een iedereen bijna gelijktijdig aankomt. Het scheelt een minuutje. En de VMer is weliswaar sneller, maar het scheelt bar weinig.

Voor de velomobiel is nog een lans te breken. Het onderhoud is dusdanig laag, wat in vergelijking met de andere fietsen in het weekend weinig tijd kost. Die ketting wordt niet vies en als tie vies wordt is het afgeschermd. De overbrenging blijft schoon. En verzin nog maar wat dingetjes.

Die oude VMen zoals mijn Kali of de Alleweder hebben zelfs dat voordeel niet. Aan Kali zou ik altijd kunnen knutselen. Een alleweder heeft ook zijn onderhoud nodig, die naar mijn inschatting hoger is dan een bukfiets of moderne velomobiel. Al is het alleen al om het aantal banden, de uitlijning, het vele aluminium, de zelfgebouwde verlichting, etc, etc.

Waarom rijden mensen zoals ik dan met een (oude) Velomobiel naar het werk?

  1. Persoonlijke redenen: zoals mijn Knieklachten (of dus handicaps in het algemeen die in een vm blijkbaar verminderen of verdwijnen)
  2. Wees anders: ik geef toe dat daar voor mij ook een reden in zit om te vm-en. Vooral de gedachte dat ik de snelheid kan funderen (stroomlijn, bewijsbaar snellere kruissnelheid, records, Ymte, etc) en de look echt afwijkt van het normaal.
  3. Beschutting: als het regent, sneeuwt, hagelt, stormt kloppen mijn berekeningen niet meer en zal de rechtopper ook moeten omkleden (regenpak), veel langzamer rijden (tenzij wind mee), de bukker zal ook trager zijn. Daardoor zijn de verschillen groter. Immers, de VM verliest dan juist minder snelheid. Je koelt veel minder af, de snelheid blijf bij tegenwind gehandhaafd. En bij wind schuin voor of achter en zij heb je ook een soort zeileffect wat een aanzienlijk voordeel kan opleveren. En eenmaal op je werk kijk je minzaam op de natgeregende regenjassen van je concurrenten die ook aan de binnenkant effectief zjn natgezweten. Eén maar. Tijdens het in en uitpakken wordt je ook nat….
  4. En toch, de snelheid: Kijk je moet die vm een beetje vergelijken met die snelle auto’s die je tijdens topgear ziet. Let de volgende keer niet op de auto maar op de berijder. Die twinkel oogjes, dat mondje half open, die pareltjes genot-zweet (wat niet stinkt), dat eeuwige geouwehoer die het speeltje de hemel in prijst. Dat is toch het verschil tussen een vm en een bukfiets. En daarom accepteer je die paar gebreken waardoor je wellicht wat trager bent op de korte afstand. Sterker nog, die gebreken bevestigen alleen maar dat het zeer belangrijk is om godsgruwelijk hard naar je werk en terug te mogen scheuren. Leve de emotie, weg met de ratio!!!!
  • Print
  • Digg
  • Twitter
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Hyves
  • Google Bookmarks
  • Technorati
  • Slashdot
  • Add to favorites