Onderwerpen

De springerige toepeloeressen (slaapverhaaltje)

In een land hier heel ver vandaan woont een heel apart diertje. Dat diertje heeft een vacht van paarse wol. En die wol is zo dik dat de armpjes en beentjes van het diertje niet te zien zijn. De oogjes van het diertje zijn groot en vallen heel erg op. En zijn mond kun je alleen zien als het eet. Zijn voeten zijn groot en met grote tenen die wijd uit elkaar staan. Daarmee kan hij heel hoog en ver springen. Zijn armpjes zijn kort en heel stevig met kleine vingertjes.

De beestjes leven in paars gras die alleen in dat verre land te vinden is. En daar zie je ze zoeken naar kevertjes en miertjes en wormpjes die ze dan opeten. En al springend en zoekend huppelen de beestjes heen en weer op zoek naar hun eten. En af en toe zie je dan hun grote mond open gaan om een diertje op te eten.

Vlak bij het paarse grasveldje stond een tentje. Daarin zaten een papa en 2 jongetjes. Heel zachtjes hadden ze de rits van de tent opengemaakt en nu keken ze met zijn drietjes door de tentopening naar de diertjes.

“zien jullie ze?” ,zei de vader. De jongens knikten. “Dat zijn Springerige Toepeloeressen. De meest paarse en wollige diertjes die er bestaan. Ze komen alleen maar hier voor. Ze heten zo omdat ze enorme sprongen kunnen maken, bijvoorbeeld achter hun eten aan. Ze zijn dan ook heel snel en behendig.”

“we moeten heel stil zijn, want anders horen ze ons”, zei de vader.

“Zijn ze dan gevaarlijk?”, vroeg het oudste jongetje.

“Nee hoor, maar als ze ons zien komen ze naar ons toe en gaan ze ons zo hard kietelen en priegelen en friemelen dat je in je broek moet doen van het lachen.”

“Oh jee”, zeiden de jongetjes en bleven stil kijken. Kietelen was niet zo erg, maar in hun broek plassen deden ze liever niet meer. Er was ook heel veel te zien.

De Toepeloeressen bleven rondspringen en huppelen en eten in het paarse veld en de jongetjes en de vader bleven kijken. Een van de Toepeloeressen sprong nog hoger dan de anderen en draaide in het rond en keek met zijn ogen alle kanten op. De papa vertelde zachtjes dat het een uitkijk-Toepeloeres was, die oplette of er geen gevaar was. Opeens bleef de uitkijk-Toepeloeres naar hun kijken terwijl hij iets langzamer op en neer sprong. Hij keek hun nu recht aan!

Oh jee, zei de pappa.

“Snel”, zeiden de jongetjes, “de tent in, dan zien ze ons niet.”

“Nee”, zei pappa, “dan gaat de tent stuk! Snel alle kleren uit en de tent uit.”

“Waarom de kleren uit?” vroegen de jongetjes verbaasd.

“Tja anders plassen we die vol, hup alles uit!”.

En daar stonden ze dan in hun nakie buiten de tent. Er stoven wel honderd Toepeloeressen naar ze toe en binnen mum van tijd werden ze aan alle kanten en van boven tot onder en tot in hun navel gekieteld, gepriegeld en gefriemeld. Toepeloeressen kunnen dat als de beste. En al snel konden de jongens en de papa van het lachen niet meer ademhalen of proesten ze het uit. En toen de Toepeloeressen klaar waren hadden ze alle drie van het lachen geplast. Gelukkig waren ze naakt dus werden er geen broeken vies gemaakt.

“Hallo”, zeiden de Toepeloeressen in heel keurige mensentaal: “wat leuk om jullie te zien! Willen jullie spelen? Kom mee!”

“Nou”, zei de vader, “eerst even schoonmaken in de rivier”.

En daarna gingen de Toepeloeressen, de kinderen en de vader heel lang spelen. En Toepeloeressen kunnen heel goed spelen, buitelen en torentjes van wel 10 Toepeloeressen maken. En als ze dan omvielen juichten ze om het hardste. Ze konden geweldige salto’s en sprongen maken en de kinderen en de vader hadden lol voor tien.

Toen het avond werd, vertelden de Toepeloeressen dat ze toch best wel moe waren geworden en dat ze gingen slapen. En dat gaat bij Toepeloeressen heel bijzonder. De pappa-Toepeloeressen maken een huisje in het paarse gras door op elkaar te gaan staan, compleet met een Toepeloeresdeur en een Toepeloeresraam en Toepeloeresdak. De mama-Toepeloeressen gaan dan naar binnen met de kinderen en daar liggen Toepeloeresbedjes op ze te wachten. En je moet weten dat Toepeloeressen wereldkampioen in slaap vallen zijn. De kindjes gaan voor hun Toepeloeresbedjes staan zeggen hun mama welterusten met een kus. Dan maken ze een hele grote sprong in de lucht met een saltootje en dan vallen ze op het bedje en slapen ze al. Geen enkel ander dier kan dat zo snel, als deze Toepeloereskindjes.

De papa’s en mama’s roepen daarna met zijn allen heel hard “Welterusten”. En na een seconde slaapt het hele Toepeloereshuisje met de mama’s erin en hoor je alleen een heel zacht gezucht van de Toepeloeressen.

De jongetjes en de papa hadden geboeid gekeken naar het slapen gaan van de Toepeloeressen. Daarna moesten ze heel erg gapen. Ze gingen ook lekker slapen in hun slaapzakje op hun matrasje in hun tent.

“Morgen” zie het kleinste jongetje, “gaan we weer spelen met de Toepeloeressen hè papa”

Ja hoor zei de papa”, zuchtend, “daarna doen we wel de kleren aan”.

En toen zeiden ze ‘Welterusten’ tegen elkaar en gingen ze ook lekker slapen.

  • Print
  • Digg
  • Twitter
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Hyves
  • Google Bookmarks
  • Technorati
  • Slashdot
  • Add to favorites

De walvis (slaapverhaaltje)

Er bestaat water dat zo groot is dat als je in het midden bent, je nergens de kanten kunt zien. Het water is zo diep dat je de bodem niet kunt zien. Dat water heet de oceaan en daarin leeft de walvis. De walvis is heel groot. Dus alle dieren zijn bang voor de walvis, alleen maar omdat hij groot is. Eigenlijk kan de walvis alleen maar hele kleine diertjes eten, die zijn zo klein dat je ze met je ogen niet kan zien. Grotere dieren hoeven niet bang te zijn, maar dat weten ze niet. Dus de walvis zwemt daar helemaal alleen in die grote oceaan. Hij is het gewend, maar voelt zich toch wat alleen.

Op een dag ziet de walvis in de verte een grote donkere schim verschijnen heel ver van hem vandaan in het water. De walvis schrikt zich een hoedje en maakt dat hij voor dat gevaar weg komt. Als hij lang gezwommen heeft kijkt hij om en ziet hij de vlek niet meer.

“Gelukkig”, denkt de walvis, “je weet maar nooit wat dat is”. En de walvis gaat lekker weer eten van de hele kleine diertjes in het water. En denkt niet meer aan de donkere vlek.

Weer een paar dagen later ziet de walvis de donkere vlek weer dichterbij komen. Snel zwemt hij weg. Maar als hij achterom kijkt en de vlek niet meer ziet, begint hij toch te twijfelen.

“Maar wat nou als die vlek helemaal niet gevaarlijk is en juist heel leuk? Wat als die schim iets is waar ik mee kan spelen? Als ik weg zwem weet ik het niet. Zal ik de volgende keer blijven wachten?”

De walvis denkt er goed over na. Na lang na denken neemt hij een besluit. Ja, hij zal wachten. En als het toch iets gevaarlijks is, zwem ik alsnog heel hard weg. Ik ben toch immers het grootste dier van de oceaan, dus ik kan heel hard zwemmen. En om dat te laten zien zwaait hij gevaarlijk hard met zijn grote vin en maakt een rondje in het water.

Het duurt een tijdje voordat de schim weer gezien wordt door de walvis. Maar op een goede dag is de grote donkere schim toch weer te zien. De walvis wilt meteen wegzwemmen maar bedenkt zich op tijd.

“Oh nee, denkt de walvis, ik zou wachten”.

Langzaam komt de schim dichterbij en wordt steeds iets groter en minder schimmig.

Het wordt groter en groter en als het best al dichtbij is ziet de walvis wat het is.

“Een andere walvis”, roept de walvis blij. Hij vond haar een hele mooie walvis met mooie blauwe vinnen en een witte onderkant en een hele grote bek.

“Hee hallo, wie ben jij vraagt de walvis aan haar, “Ik ben een walvis”.

“Ik ook”, zegt de andere walvis blij tegen hem. “Ik zag een hele grote donkere schim in de verte en ik wilde weten wat of wie dat was. Maar elke keer als ik in de buurt kwam, dan ging die schim heel hard weg. Maar gelukkig bleef jij wachten.”

“Ik was helemaal alleen” zie de walvis.

“Ik ook”, zei de andere walvis.

Nu zwemmen de walvissen samen en ze besloten altijd samen te blijven. Want samen is heel gezellig. En zo zwemmen de walvissen samen verder. Steeds verder, tot dat het alleen nog maar 2 schimmen in het water zijn.

Slaap lekker walvissen.

  • Print
  • Digg
  • Twitter
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Hyves
  • Google Bookmarks
  • Technorati
  • Slashdot
  • Add to favorites

De bloem (slaapverhaaltje)

Achtergrond van deze slaapverhaaltjes.

Omdat dit verhaal begeleid kan worden met bewegingen, staan deze bewegingen zo goed mogelijk beschreven in deze tekstblokjes.www
De wesp en de bij kunnen natuurlijk een beetje insektig klinken door alle s en z klanken ietsje langer te maken. Dit is voor de leesbaarheid niet in het verhaaltje vermeld.
De vlinder en de bloem klinken wat zoetig en weeïg, naar mijn idee.

In een veld stond een bloem. Een hele mooie bloem. Het was nog vroeg en de bloem was nog dicht.

Onderarmen en je handen zijn tegen elkaar. De handen de bloem, zijn licht gebogen naar boven toe gericht. Met de vingertoppen tegen elkaar.

Lees hier verder De bloem (slaapverhaaltje)

  • Print
  • Digg
  • Twitter
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Hyves
  • Google Bookmarks
  • Technorati
  • Slashdot
  • Add to favorites

Het konijntje in zijn hol (slaapverhaaltje)

Achtergrond bij deze slaapverhaaltjes.

In een holletje in een weiland woont een klein konijntje met zijn broertjes, zusjes en vader en moeder. Ze leven en slapen heel diep in het holletje. het konijntje is namelijk nog niet zo oud. Als hij oud genoeg is, had zijn moeder gezegd, dan mogen ze ook buiten kijken. Maar het konijntje is heel erg nieuwsgierig en wilt heel graag weten hoe het daarbuiten is.

Dus op een dag gaat het konijntje voorzichtig naar boven. Hij moet een heel eind klimmen, voordat hij bij de uitgang van het hol is. Maar als hij daar is, moet hij eerst even wennen aan het licht van de zon. En toen zijn oogjes aan het licht van de zon waren gewend zag hij de hele wereld om zich heen. Hij wist gewoon niet waar hij als eerste moest kijken.

Lees hier verder Het konijntje in zijn hol (slaapverhaaltje)

  • Print
  • Digg
  • Twitter
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Hyves
  • Google Bookmarks
  • Technorati
  • Slashdot
  • Add to favorites

Olifant

Achtergrond van deze slaapverhaaltjes.

Een klassieker als afsluiter van de verhalen. Ik weet niet hoe het origineel precies gaat, dus heb ik het maar in eigen woorden gedaan. Alles kan begeleid worden met grote gebaren. Het blazen doen de kids natuurlijk heerlijk mee. :)

Er was eens een olifant,
met een hele lange sluit.
Die ademde in en ademde uit.
En toen ademde hij in, en in, en in.
En met zijn lange snuit,
blies hij pffffffffffffffffft het verhaaltje uit.

  • Print
  • Digg
  • Twitter
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Hyves
  • Google Bookmarks
  • Technorati
  • Slashdot
  • Add to favorites

Het vogeltje dat moest poepen (slaapverhaaltje)

Meer over deze slaapverhaaltjes.

In een grote boom, hoog in de kruin had een vader en moeder vogel een nest gebouwd. Daarin zaten nu de jonge vogeltjes te wachten op het eten wat hun ouders zullen brengen. Als de moeder komt, dan krijgt elk vogeltje wat eten en gaat de moeder weer op zoek naar nieuw voedsel.

En als je als klein vogeltje dan te eten hebt gehad, dan moet je even later heel nodig poepen. En ja hoor, daar gaat een  vogeltje op de rand van het nest zitten, houdt zijn staart omhoog en pfffrt, daar gaat een dikke kledder naar beneden. En de broertjes en zusjes volgen allemaal. Pffrt, Pfffrt, daar vallen de kledders naar beneden.

Lees hier verder Het vogeltje dat moest poepen (slaapverhaaltje)

  • Print
  • Digg
  • Twitter
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Hyves
  • Google Bookmarks
  • Technorati
  • Slashdot
  • Add to favorites